Griep
Griep en verkoudheid
zijn erg besmettelijk. Goede hygiëne kan verspreiding voorkomen.
Tijdens de herfst en
winter lopen veel mensen griep of verkoudheid op. De virussen die griep en
verkoudheid veroorzaken, zitten in druppeltjes snot, slijm en speeksel. Ze
worden door praten, hoesten of niezen verspreid. De kans op besmetting is
vooral groot in ruimten waar mensen dicht bij elkaar zitten en waar slecht
geventileerd wordt, zoals in een trein of bus, op school of kinderdagverblijf.
Virussen worden ook overgedragen via handen, bijvoorbeeld als iemand een u hand
geeft, of via voorwerpen zoals deurknoppen en speelgoed.
Griep
Griep is een
besmettelijke ziekte van de luchtwegen die wordt veroorzaakt door het
griepvirus ‘influenza’. Het komt zeer weinig voor dat gezonde mensen overlijden
aan de gevolgen van griep. Doorgaans is het verloop van griep mild. Ook zonder
medicijnen te gebruiken, worden mensen meestal weer snel beter. De voornaamste
klachten zijn koorts (38 graden Celsius of hoger) én luchtwegklachten, zoals
hoesten. Daarnaast komt ook voor: algeheel 'ziek zijn', hoofdpijn, spierpijn,
moeheid en koude rillingen. Meestal duren deze verschijnselen enkele dagen,
soms een hele week. Na een griep kan het nog enkele weken duren voor u zich
weer helemaal beter voelt. Omdat het virus ieder jaar een beetje verandert,
kunt u telkens opnieuw griep krijgen.
Gezondheidsadviezen
Raadpleeg uw huisarts
als bij kinderen of volwassenen de griep ernstig verloopt, bijvoorbeeld met
kortademigheid, ongewoon ernstig ziek zijn, of snelle verslechtering. Dit geldt
in het bijzonder voor zwangeren en voor hen die een
chronische ziekte hebben. Raadpleeg de huisarts bij kinderen jonger dan twee
jaar met griepklachten, en bij kinderen wiens griepklachten meer dan drie dagen
aanhouden en bij volwassenen die meer dan vijf dagen griepklachten hebben.
Mensen die extra
risico lopen hebben een oproep gekregen om zich gratis te laten inenten tegen
griep met de griepprik bij de huisarts.
Verklein de kans op
besmetting
De onderstaande
maatregelen verkleinen de kans dat u besmet wordt, of dat u griep of
verkoudheid aan anderen overdraagt. Leer de maatregelen ook aan kinderen.
• Houd uw hand of
zakdoek voor uw mond als u niest of hoest. Nies of hoest niet in de richting
van een ander.
• Gebruik bij
voorkeur papieren zakdoeken, tissues of handdoekjes en gebruik ze éénmalig.
Gooi ze na gebruik in de vuilnisbak.
• Was regelmatig uw
handen met water en zeep, zeker voor het eten en na het hoesten, niezen of
snuiten. Droog daarna goed – en hygiënisch – uw handen.
• Maak voorwerpen
zoals deurknoppen vaak schoon. Was ook regelmatig beddengoed en stoffen
speelgoed op 60°C.
• Ventileer woon- en
slaapruimten. Laat ventilatieroosters altijd iets open, of zet het raam op een
kier (met anti-inbraakstang of slot).
Meer informatie
Kijk voor meer
informatie over Griep en Verkoudheid op de website van het Rijksinstituut voor
Volksgezondheid en Milieu; www.rivm.nl